Nieuws

Toekomstperspectieven voor hoogveen in beeld gebracht

25 oktober 2011

Door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is geconstateerd dat hoogveenontwikkeling in ons land waarschijnlijk kritiek wordt onder het extreme KNMI-klimaatscenario W+. Dat heeft geleid tot kamervragen over nut en noodzaak van continuering van maatregelen gericht op hoogveenherstel en –ontwikkeling, waaronder het terugdringen van de stikstofdepositie. Alterra heeft een rapport uitgebracht dat ingaat op de toekomstperspectieven voor hoogveen in Nederland. Aan dit rapport werkte ook Bosgroepen-ecoloog André Jansen mee.

Het rapport beschrijft dat ook in gebieden waar geen hydrologische herstelmaatregelen zijn uitgevoerd, een kwaliteitsverbetering wordt geconstateerd, waarschijnlijk door de afgenomen zwavel- en stikstofdepositie en door de toegenomen hoeveelheid neerslag. Overal waar het gelukt is om gunstige hydrologische condities te realiseren, verloopt het herstel van veenvormende processen goed. De benodigde stabiele hoge waterstanden worden veelal bereikt door hydrologische compartimentering en maatregelen in de omgeving. Verder is de laatste 10-15 jaar sprake van stabilisatie of zelfs een overwegend positieve trend in de populaties van de kenmerkende hoogveenflora en –fauna. Voor de instandhouding en ontwikkeling van hoogveen zijn het neerslagoverschot, de temperatuur en de positie in het landschap belangrijk. Gunstige ontwikkelingen doen zich voor in gebieden waar het (actieve) hoogveen water uit zijn omgeving ontvangt. Hier kan een vermindering van het neerslagoverschot worden gecompenseerd door toevoer van lokaal grondwater.

De landelijke instandhoudingsdoelen voor Actieve hoogvenen kunnen waarschijnlijk ook onder het klimaatscenario W+ worden gerealiseerd: behoud van kwaliteit en oppervlakte zijn kansrijk en verbetering van kwaliteit en uitbreiding van oppervlakte zijn mogelijk. Voorwaarden hierbij zijn een optimale waterhuishouding, dus voldoende hoge grondwaterstanden in de zandondergrond en de veenbasis in combinatie met een water ondoorlatende (veen)laag en/of de toevoer van (enig) lokaal grondwater. Om hoogvenen op de lange termijn in Nederland te behouden onder het W+-scenario zijn waterhuishoudkundige maatregelen nodig, zoals het aanleggen en inrichten van bufferzones en compartimenten waarin water wordt vastgehouden en/of het verhogen van de drainagebasis in de omgeving. Bij een suboptimale waterhuishouding en een hoog(blijvend) stikstofdepositieniveau is de kans op behoud van kwaliteit en oppervlakte zeer klein bij een W+-scenario. Het waterbergend vermogen van hoogveen draagt bij aan de ecologische veerkracht van de hoogveen- en heidelandschappen waarvan het hoogveen deel uitmaakt: vochtminnende soorten, zowel fauna als flora, kunnen in droogteperioden uitwijken naar of overleven in en rond het hoogveen. Daarnaast biedt het beheren van hoogveen, natte heide en droge heide als mozaïekgebieden met geleidelijke overgangen toekomstperspectief voor hoogveen in een veranderend klimaat. Deze aanbevelingen sluiten aan bij de door PBL ontwikkelde adaptatiestrategie voor een klimaatbestendige natuur.

Naar het volledige rapport (nr. 2225)

Nieuwsoverzicht