Landgoederen Westerflier en Diepenheim
Hydro-ecologische en cultuurhistorische analyse (2010)
In het kader van natuurontwikkeling en waterberging bestonden plannen om de Leidebeek, stromend door de landgoederen Westerflier en Diepenheim ‘natuurlijker’ te maken. Dat riep vragen op. Zouden met de voorliggende plannen geen cultuuhistorische waarden in het geding zijn? Volgens historische kaarten was het verloop van deze beek sinds 1785 niet veranderd. Zijn naam – waarin het leide afstamt van het oudgermaanse ‘laidi’ behorend bij het werkwoord leiden – geeft ook aan dat het om een vergraven of gegraven waterloop gaat. Uit het cultuurhistorisch onderzoek bleek de samenhang van de Leidebeek met een lokale wederopbouw- en ontginningsperiode rondom de zeventiende-eeuwse nieuwbouw van Huis Diepenheim. Hierbij werd het moeras westelijk van Huis Diepenheim - dat oorspronkelijk deel uitmaakte van de beveiliging van het kasteel en daarbij gelegen stedeke Diepenheim – ontwaterd en ontsloten door een raster van sloten en dijkjes. De als bypass van de Boven-Regge gegraven Leidebeek zorgt binnen deze ontginningsstructuur voor de afvoer van het water. De ontgonnen grond functioneerde als hooiland en hakhoutbos. In één perceel lag een eendenkooi. Bijzonder is de samenhang van de moerasontginning met de lanenstructuur van de parkaanleg bij Huis Diepenheim.

Hydro-ecologisch onderzoek toonde aan dat de landgoeder Diepenheim en het zuidelijk hiervan gelegen Westerflier in Twente en Salland tot de meest kansrijke locaties behoren voor herstel van grondwatergevoerde graslanden over grote oppervlakten. Het onderzoek bepleit herstel van de ecologische potenties van het natuurrijke, eeuwenoude cultuurlandschap met bijbehorend ontginningspatroon. Dit biedt mogelijkheden voor het herstel van Blauwgraslanden, Dotterbloemhooilanden, Heischrale graslanden, Elzenbroek, Vogelkers-Essenbos en vochtig Wintereiken-beukenbos. De Leidebeek hoeft daartoe niet ‘natuurlijk’ te worden gemaakt, maar hoeft slechts deels te worden verondiept en versmald.